Schelpen

Strandkrab

Krabben behoren tot de kreeftachtigen. Ze hebben aan iedere kant 5 poten, waarvan de voorste met een grote schaar. Bij krabben zit de staart omgeklapt tegen het onderlijf, in tegenstelling tot kreeften, waarbij de staart is uitgeklapt. De staart van een heremietkreeft kan je zelfs helemaal niet zien, want die houden ze verborgen in een slakkenhuis. 

Strandkrab

Foto: Marion Haarsma 

 

Krabben worden soms schaaldieren genoemd, omdat ze tijdens de groei van huid wisselen, ook wel ‘verschalen’ genoemd. Ze ‘springen dan uit hun vel’. Niet omdat ze kwaad zijn, maar om te kunnen groeien. Het harde rugschild breekt dan van achteren open. Vandaaruit verlaat de krab zijn of haar huid. Dan pompen ze het lichaam wat op met water, om daarna de  huid weer hard te laten worden. Zo verkrijgen krabben ook een nieuwe scherpe set scharen. De verlaten huidjes, die je op het strand kan vinden, lijken sterk op die van dode krabben, maar stinken niet en de oogjes zijn doorzichtig. De vervellingshuid voelt flexibel aan.

Foto: Ad Aleman

 

Ben je bij een strekdam op het strand, dan vind je vast een strandkrab. Strandkrabben leven in zout water, meestal niet zo diep, in zand en slik tussen wier en stenen. Vaak vind je ze levenloos aangespoeld op onze Noordzeestranden. Dood, maar niet altijd. Grote kans dat dieren zoals vogels, zeesterren en grote vissen aan de krab een lekker maaltje hebben gehad. Strandkrabben hebben een rugschild van 6-9 cm dat ongeveer de vorm van een koffiefilter heeft. Tussen de ogen hebben ze drie stompe tanden, waarvan de middelste een beetje uitsteekt. Om de Strandkrab te herkennen, kan je ook goed letten op wat die niet heeft: geen zwempeddels aan de achterpoten, geen wimpers tussen de ogen, geen rode oogjes, geen blauwpaarse scharen, geen beharing en geen opvallend blauwe achterpoten.

Wil je meer weten over krabben, kijk dan op https://www.anemoon.org/flora-en-fauna/soorteninformatie/categoryid/64/krabben